Verhalen uit het ziekenhuis (Dorp in de stad)

door

Een jaar geleden heb ik een dubbelzijdige longtransplantatie ondergaan. Voor mij was er geen andere uitweg. De ziekte die ik had was aangeboren. Zonder de transplantatie zou ik niet veel kans meer hebben gehad. Door de jaren heen zou de ziekte mijn hele lichaam overmeesteren. De beslissing voor een longtransplantatie neem je niet zomaar in één twee drie. We hebben er lang over nagedacht en gepraat met artsen, verpleging en getransplanteerden. Uiteindelijk heeft het twee jaar geduurd eer ik een beslissing nam. Dat lijkt misschien lang, maar die tijd had ik echt nodig om alles door te laten dringen en voor mezelf uit te maken waar ik stond. Een vriendin van mij heeft een transplantatie gehad – ze had geen andere keuze – en toen zij vertelde dat die bij haar geslaagd was, ben ik er echt voor gegaan. Zij heeft de doorslag gegeven.
Als je de eerste keer over transplantatie hoort, is dat heel eng. Een klap in je gezicht. Ik had het in het begin moeilijk om te begrijpen dat een donor echt dood moest gaan om mijn leven te redden. Ik kreeg er schuldgevoelens van… Uiteindelijk ga je anders denken. Je beseft dat die persoon dood is op dat moment. Maar wat is er dan mooier dan een deel van jezelf af te staan om iemand anders een beter, nieuw leven te schenken, misschien wel te redden van de dood.
Eenmaal de transplantatie achter de rug bloeit je leven open, zeggen ze. Dat geloof je in het begin helemaal niet. Als alles lijkt tegen te vallen. Bij mij wilde mijn maag niet mee. Pillen braakte ik steeds uit. Dat duurde weken. Het was een strijd, elke dag. Ik mocht mijn hoofd niet laten hangen. Ik moest die unieke kans die ik kreeg met beide handen grijpen en eindelijk eens beginnen met leven. Alles wat ik vroeger moest missen, kon ik nu wel. De eenvoudigste dingen zoals wandelen en traplopen. De wachttijd vooraf is een hele opgave. Ik stond er niet bij stil dat ik elke minuut van de dag een verlossend telefoontje kon krijgen. Dat veranderde al gauw toen ik bij wijze van test telefoon van het ziekenhuis kreeg. Ze wilden zien of ik bereikbaar was. Dat was echt verschieten, maar nadien sprong ik niet meer bij elk telefoontje in de lucht. Toen hét telefoontje kwam was ik overweldigd. Ik wilde plots niet meer, werd bang en besefte dat het nu echt zover was. In het ziekenhuis werd ik klaargemaakt voor de operatie, er werden longfoto’s gemaakt, er werd bloed getrokken, ik kreeg een ontsmettingsbad. En toen begon het lange wachten: van half twaalf ‘s avonds tot 8 uur ‘s morgens.
Vanaf het moment dat ik binnen ging, herinner ik me niets meer. Ik ben pas een week later wakker geworden op intensieve zorgen. Na een tweetal weken werd ik overgebracht naar Medium Care. Eens op de gewone afdeling ging alles wat vlotter. Ik mocht uit bed, kwam op de gang en voelde me met de dag beter. Na een dikke vijf weken behoorde alles weer tot het verleden. Nu moet ik nog om de twee weken naar de dagzaal van het ziekenhuis voor controle.
Nu alles achter de rug is, kijk ik er positief op terug. Maar ik weet zeker dat ik het zonder de hulp van mijn familie en vrienden niet zou gered hebben.

UZ Magazine – 2001

Dit wil je misschien ook lezen:

Laat een reactie achter

E-mail* ( is niet zichtbaar )

Scroll Up