Stephanie Keustermans onderging al tweemaal een dubbele longtransplantatie

door

 

Rond orgaandonatie hangt nog altijd een taboe, ook al bestaat het intussen 30 jaar. Daardoor is er voortdurend een tekort aan donororganen. Toch zijn er al heel wat mensen die dankzij orgaantransplantaties een tweede kans kregen, of aan anderen gaven.

 

‘Als peuter had ik al zwakke longen. Toen ik 3,5 jaar was, kreeg ik een gevaarlijk virus (encefalitis) en dat heeft mijn longen definitief beschadigt. Vanaf toen kreeg ik zuurstoftherapie. Toch heb ik als kind mijn ziekte nooit als een handicap ervaren. Ik kon zelf mijn boekentas niet dragen of niet alleen de trap op, maar iedereen hielp me met zoveel enthousiasme dat ik dat normaal vond. Het kinderziekenhuis was mijn tweede thuis.

Toen ik 15 was, besprak de dokter met mij een longtransplantatie. Ik heb geweigerd: het idee dat iemand moest sterven om mij te genezen vond ik bizar. Maar enkele jaren later werd een vriendin getransplanteerd en toen het bij haar goed ging,stemde ik ook toe. Ik was 18 toen ik op de wachtlijst van Eurotransplant belandde. Na zeven maanden was er een donor gevonden. Binnen het uur stond ik in het ziekenhuis. Ik dacht niet aan de risico’s van de transplantatie. Ik had van niemand afscheid genomen, zo overtuigd was ik dat het zou lukken. Na de transplantatie was het verschil meteen merkbaar. Ik kreeg een normale huidskleur en kon zelfs sporten! Zes maanden lang ging het goed, maar toen kreeg ik last van chronische afstoting. Allerhande therapieën mislukten. Mijn situatie werd erger dan voor de transplantatie. Vier maanden lang verbleef ik in het ziekenhuis en was ik te ziek om nog ergens van te genieten. Toen de dokters spraken over een tweede transplantatie, hoefde ik daar niet lang over na te denken: ik wilde lucht!Twee dagen voor mijn 21ste verjaardag werd ik opnieuw op de (urgentie)wachtlijst gezet. Amper vier dagen later was er een donor beschikbaar. Op 19 oktober 2003 onderging ik een tweede dubbele longtransplantatie. Zelfs de dokters dachten dat ik het niet zou overleven, maar ik het toch gehaald! Toch was ik die tweede keer minder euforisch. De revalidatie was bikkelhard. Omdat mijn spierkracht totaal weg was, moest ik alles opnieuw leren: lopen, mijn handen gebruiken. Maar ik werd beloond voor mijn inspanningen. Zeven maanden na de transplantatie behaalde ik op de Europese Spelen voor Getransplanteerden in Dublin een gouden medaille voor hardlopen!Het gaat nu al vier jaar erg goed met mij. Ik moet nog maar één keer om de drie a vier maanden naar het ziekenhuis op controle. Ik heb een nieuw leven, kan lopen,uitgaan ; studeren. Wat een luxe! Ik moet zware medicatie nemen, maar dat vind ik niet erg. Al ben ik soms bang dat mijn lichaam de longen opnieuw zal afstoten. Daarom blijf ik voorzichtig met plannen op lange termijn.

Enkele jaren geleden hebben we de vzw Re-Born to be Alive opgericht, een vereniging voor jongeren die een hart- of longtransplantatie kregen. Ons hoofddoel is mekaar motiveren om te sporten en orgaandonatie meer bespreekbaar te maken. Toch is dat niet evident, want niet elk verhaal kent een happy-end. Ik heb vrienden verloren; jonge mensen voor wie niet tijdig een donor werd gevonden of die de transplantatie niet overleefden. Dat blijft hardIk voel niet dat ik met andermans longen adem, maar ik denk wel vaak aan mijn anonieme donors: een jonge man van 23 en een vrouw van 56. ik ben die mensen en hun familie ontzettend dankbaar. Ik leef erg gezond omdat ik het mijn plicht vind om goed voor hun organen te zorgen. Bij elke belangrijke gebeurtenis in mijn leven, denk ik aan mijn donors: zonder hun solidariteit zou ik nu niet meer van het leven kunnen genieten.

Goed Gevoel – 2007

Dit wil je misschien ook lezen:

Laat een reactie achter

E-mail* ( is niet zichtbaar )

Scroll Up