Stephanie (21) onderging twee longtransplantaties

door

“Die eerste keer had ik twee jaar lang gewikt en gewogen. De tweede keer besliste ik in amper twee seconden. Ik wilde leven”

 

“Enkele maanden geleden, kort voor mijn eenentwintigste verjaardag, onderging ik voor de tweede keer een longtransplantatie. Ik heb het gevoel mijn derde leven te zijn begonnen. En hoe nieuwsgierig ik ook ben naar wat de toekomst me brengen zal, ik leef en geniet per dag, per minuut.”

Al sinds mijn kinderenjaren lijd ik aan een ernstige longziekte. De keren dat ik in het ziekenhuis lag zijn niet te tellen. Het was mijn tweede thuis. Vier jaar geleden viel voor de eerste keer het woord ‘transplantatie’. Een hele klap, want ik dacht toen dat het wel redelijk ging, dat de ziekte gestabiliseerd was. Ik had een enorme angst voor die stap. Twee jaar verstreken voor ik die beslissing kon nemen. Dat gebeurde nadat een vriendin van me ook geen andere keuze meer had dan een transplantatie. Als het haar lukte, zou ik er ook voor gaan.

Vanaf dat moment zette zich een heel proces in werking. Het ergste vond ik dat ik de zo vertrouwde kinderafdeling in het ziekenhuis moest ruilen voor de volwassenen – afdeling.Vanaf het moment dat je op de lijst staat van Eurotransplant, de transplantatie – vereniging, kun je ieder moment opgeroepen worden. De eerste drie maanden schrok ik van elk telefoontje. Ik werd zelfs een keer op school gebeld, onder de les, om te testen of ik wel altijd opnam. Na zeven maanden kwam het verlossende telefoontje. Ik zal nooit het gezicht van mijn moeder vergeten toen ze zei: ‘Phie, we moeten naar het ziekenhuis, er zijn longen voor je.’ In paniek vloog ik door het huis, de angst gierde door mijn keel. Ik greep tenslotte de knuffel die me overal vergezelt en gaf me over aan wat gebeuren ging.

 

Na alle voorbereidingen in het ziekenhuis moest ik nog een volle nacht wachten, omdat de familie van het slachtoffer wiens longen ik zou krijgen, nog afscheid moest nemen. Ik begreep het en gunde het hen, maar bad dat het snel voorbij zou zijn. De eerste hap lucht die ik na de operatie zelf inademde, vergeet ik nooit meer. Na vijf weken mocht ik met nieuwe longen naar huis. Wat was dat eng, zo op eigen benen, want in het ziekenhuis stonden natuurlijk altijd mensen klaar als er iets mis ging. Ik ben mijn mama eeuwig dankbaar voor wat ze voor mij gedaan heeft in die moeilijke periode.

 

Ik ging weer naar school en heb mijn eindwerk kunst over transplantatie gemaakt. Daarna begon ik aan een opleiding voor kleuterjuf. Na anderhalf jaar normaal en gezond leven ging het mis. De diagnose – chronische afstoting – was een donderslag bij heldere hemel. Alleen een nieuwe transplantatie kon nog helpen. In twee seconden was mijn beslissing genomen. Ik wilde leven! Maar het ziekenhuis had weinig ervaring met een hernieuwde transplantatie en volgens de artsen was het vijf voor twaalf. De hele hete zomer bracht ik door in een isolatiekamer van het ziekenhuis, en niet kon me afkoelen of troosten. Maar het moest. Ik moest revalideren, omdat ik anders niet in aanmerking kwam voor een plaats op de lijst. Negen weken duurde heeft het geduurd vooraleer Eurotransplant mij terug op de lijst zette. Ondertussen werd ik met de dag zieker en zwakker. Ik voelde het leven zo uit me wegglijden. Mijn eenentwintigste verjaardag hebben we in het ziekenhuis gevierd, maar ik was er mij nauwelijks van bewust.

 

Twee dagen later kwam de dokter mijn kamer binnen met goed nieuws: er waren longen beschikbaar. Maar door allerlei complicaties ging er weer een nacht aan wachten voorbij. Tot ik op de operatietafel lag. Deze keer duurde de transplantatie drie uur korter dan de vorige. Twee weken lag ik op intensieve zorgen. Vooral de nachten waren eindeloos. Mijn moeder vertelde dat ik vaak onzin uitkraamde door de zware verdoving en me soms enorm boos maakte. Ik droomde voortduren van de hemel en regenbogen. Daarna begon het revalideren opnieuw en moest ik leren leven met mijn nieuwe longen. Dat lukt tot nog toe goed.

 

We zijn nu drie maanden verder en mijn revalidatie gaat nog steeds door omdat ik geen enkele spierkracht meer had. Ik ben trots dat ik weer bijna alles kan. Vaak denk ik aan de donor en zijn familie. Kon ik hen maar eens laten weten hoe erkentelijk ik ben, want zonder hen zou ik de mooie momenten die ik nu beleef, niet meer meegemaakt hebben. Ik heb me aangesloten bij een vzw die allerlei sportkampen en reisjes organiseert voor jonge mensen die een hartlong- of longtransplantatie hebben ondergaan. Al die leuke dingen hebben we in onze jeugd gemist en we krijgen nu de kans om dat terug in te halen. Ik ben enorm dankbaar dat ik leef, en ik heb het gevoel dat we met z’n tweetjes het leven ontdekken, genieten en dapper doorgaan: mijn donor en ik!”

Libelle 2004

Dit wil je misschien ook lezen:

Laat een reactie achter

E-mail* ( is niet zichtbaar )

Scroll Up