REJECTIE OF AFSTOTING

 

Ieder mens heeft een afweersysteem dat haar/hem beschermt tegen ziektekiemen en andere vreemde stoffen die ons lichaam binnen dringen. Dit afweersysteem is in staat lichaamsvreemde cellen (bv. microben, maar ook cellen van een donororgaan) te herkennen. Wanneer dergelijke cellen in het lichaam aanwezig zijn, zal het afweersysteem deze trachten uit te schakelen.

 

“Afstoting” is de reactie van een lichaam op de donorlong(en) die als “vreemd” wordt beschouwd. Om dit te voorkomen moet er levenslang medicatie ingenomen die uw afweersysteem onderdrukken. Deze medicatie is echter nog niet perfect en er wordt nog veel onderzoek verricht om ze verder te ontwikkelen. Ook bij een trouwe inname bestaat de kans op het ontwikkelen van afstotingsverschijnselen. Deze kans is het grootst binnen de eerste drie maanden na de transplantatie. Nadien vermindert de kans op afstoting, doch ze verdwijnt nooit helemaal.

 

Er zijn twee soorten afstoting (rejectie):

Acute afstoting / rejectie

In de periode na transplantatie kunt u een periode van acute afstoting doormaken. De klachten ontstaan in korte tijd, dat wil zeggen in de loop van enkele uren tot een dag. Het is belangrijk de afstoting in een zo vroeg mogelijk stadium te herkennen en te behandelen met medicijnen. Dan heeft de behandeling het meeste resultaat en is de kans op longfunctieverlies het kleinst. Een acute afstoting is meestal goed te behandelen. Dat doen we met een kortstondige hoge dosering cortisone (500 tot 1000 mg per dag) gedurende drie dagen. Hierna wordt de cortisone weer afgebouwd.

Chronische afstoting / rejectie

Chronische afstoting ontstaat vroeg of laat na de transplantatie. Na vijf jaar heeft de helft van de patiënten een vorm van chronische afstoting. Het is vooraf niet te voorspellen wanneer chronische afstoting zal plaatsvinden. Het is een geleidelijk proces waarbij de longfunctie langzaam achteruit gaat en dit kan op elk moment gebeuren.

Chronische afstoting is niet goed te behandelen. Dit in tegenstelling tot acute afstoting. Soms slaat de behandeling aan en herstelt de longfunctie zich. Of wordt het proces een halt toegeroepen. Maar helaas is het afstotingsproces vaak niet af te remmen met de medicijnen die we hiervoor op dit moment beschikbaar hebben.