MIJN DUBBELZIJDIGE LONGTRANSPLANTATIE

 

Op mijn zeven jaar waren mijn longen zo ernstig beschadigt dat mijn kinderprof voor het eerst de term longtransplantatie in de mond nam. Aangezien ik in zo een slechte toestand verkeerde wisten de professoren als geen ander dat het moest gebeuren. Omdat de transplantatiegeneeskunde op die moment in hun kinderschoenen stond werd aangeraden dit nog niet toe te passen op een kind. De longtransplantatie werd uitgesteld en men had niet verwacht dat ik het zo lang zou uithouden. Dankzij vele therapiën, vele ziekenhuisopnamens en veel meer werd ik in leven gehouden…en dat lukte aardig.

Hoewel het woord longtransplantatie al vroeg gevallen was, was ik er eigenlijk helemaal niet mee bezig. Ik wist dat ik vaak naar het ziekenhuis moest en dat ik medicijnen moest nemen, maar ik stelde mij er als kind niet al te veel vragen bij. Maar eerlijk, het was niet altijd even leuk.
Toen ik vijftien jaar was kreeg ik voor het eerst zélf de term longtransplantatie voorgeschoteld. En dat was even verschieten. Ik was me er totaal niet van bewust dat het zo slecht ging, dat zo’n ingreep al nodig was. Hoewel ik veel informatie heb gekregen en me bewust was van wat het was, kon ik me niet met het idee verzoenen dat iemand zou moeten sterven om mij te redden. Ik kon niet vatten wat dat in hield en wimpelde het idee maar af. Ik zou zo ook nog wel kunnen doorgaan…
Omdat ik eigenlijk meer en meer in het ziekenhuis lag, kwam het onderwerp ook meer en meer aan bod. Iedereen hield zich ermee bezig en was met mij begaan. Zo heb ik uren met mensen gepraat over dit onderwerp. Meestal kwamen tranen sneller dan woorden.
Toen iemand die ik kende op de wachtlijst kwam, heb ik gezegd dat als het bij haar lukte dat ik er ook voor zou gaan. Hoewel ze twee jaar heeft moeten wachten heb ik het toch op een afstand kunnen meemaken. Ik herinner mij nog de dagen voor haar transplantatie. De valse oproepen, de bezorgdheid en de hele heisa er rond. Toen het eindelijk zover was en ze ook goed herstelde, vond ik het tijd om er ook aan te denken.
Na alle gesprekken, alle onderzoeken kwam ik uiteindelijk ook eindelijk op de wachtlijst. Bij elk telefoontje kroop ik angstig in een hoekje, zeker als het in de avond was, dan sloeg mijn hart een tel of drie over. Ik kreeg een eerste test telefoontje op school en dat was pas echt verschieten. Het eerste moment kreeg ik geen woord gezegd.
De avond dat de oproep echt kwam, was de grootste schrik voorbij. Ik was enkele dagen terug nog naar de prof. geweest en die verzekerde mij dat ik toch nog zeker een half jaar op de lijst zou gaan staan (ik stond er toen een half jaar op). Nadat het maar stilletjes werd aan de telefoon wist ook ik hoe laat het was. We zouden binnen het half uur in het ziekenhuis moeten zijn, maar we mochten het rustig aan doen. Ik heb dat half uur tobbend door het huis gelopen zeggend dat ze de longen aan iemand anders mochten geven, dat ik ze nog niet nodig had. Na alles rustig overlopen te hebben besloot ik er toch voor te gaan en had ik maar 1 wens, die zuurstoftank(en) zouden weg zijn tegen ik terug thuis kwam. Dat moest, want ik zou ze niet meer nodig hebben. Met een heel klein hartje vertrokken we richting ziekenhuis… In de auto nog gebeld naar de verpleging van de kinderafdeling, zij waren toevallig samen uit eten en zijn natuurlijk meteen af gekomen. Voor mij was dat een enorme steun dat zij en enkele vrienden van mij daar aanwezig waren…
De nacht heeft lang geduurd, later kwamen we te weten dat de nabestaanden van mijn donor van ver moesten komen om afscheid te nemen. De arts kwam elk uur vertellen dat er nog geen nieuws was en dat we toch rekening moesten houden dat het donororgaan misschien niet geschikt zou zijn. Na tien uur kwam dan eindelijk de prof met het goede nieuws, de transplantatie zou plaatsvinden, het orgaan is goedgekeurd.
Mijn transplantatie verliep niet helemaal vlot, bij een longtransplantatie hanteren ze een speciale manier om de longen in je lichaam te krijgen. Bij mij was dat een probleem aangezien ik een scoliose operatie had ondergaan, het was moeilijk om de longen in mijn borstkas te krijgen. Maar uiteindelijk is alles gelukt en kwam ik op de intensieve zorgen terecht.
Ik heb toen één week op intensieve zorgen gelegen, twee weken op de medium care (dat is een afdeling waarbij je nog nauwkeurig bewaakt door machines, maar je hebt geen verpleging meer constant op je kamer) en dan nog twee weken transplantatie afdeling. Ik was helemaal klaar om naar huis te gaan, al vond ik dat in het begin zo eng. Het is heel dubbel allemaal, dat het ademen plots gemakkelijk gaat. Ik ben mijn donor en zijn nabestaanden zo dankbaar, geen woorden kunnen omschrijven hoe het voelt, maar het is zoveel meer dan dankbaarheid.