Een jaar geleden was ik terminaal

door

“Van Revalidatiecentrum naar Olympische piste”


 

Vorige zomer hing haar leven aan een zijden draadje en kon ze zich met moeite voortbewegen. De dokters zaten met hun handen in hun haar en gaven haar zo goed als geen overlevingskans.


Nu, een jaar later, heeft de Leuvense Stéphanie Keustermans maar liefst vijf medailles in de wacht gesleept op de Olympische Spelen voor Long en hart getransplanteerden in Dublin.

 

“Met de tweede transplantatie was het erop of eronder. En het was erop.Dankzij mijn koppigheid ben ik blijven leven.”

Twee gouden, twee bronzen en één zilveren medaille: die mocht Stéphanie Keustermans in haar koffer stoppen bij het vertrek in Dublin in haar koffer stoppen. Vooral in de disciplines 4 x 100 meter, Tafeltennis en Badminton, was ze onklopbaar. De Olympische Spelen waren voor Stéphanie dan ook een avontuur om nog lang over na te praten.

 

“Ik heb er maar één woord voor: chique”, glundert Stéphanie. “Wat ik moest verwachten wist ik niet. De zenuwen gierden door mijn lichaam, vooral tijdens de eerste wedstrijd. Maar dat was nergens voor nodig. De organisatoren waren heel bezorgd, maar lieten ons tegelijk eervol strijden om de overwinning.

Samen met een heleboel anderen uit achttien Europese landen heb ik de tijd van mijn leven beleefd.”


Wat een prestatie. Behoor jij tot de categorie wonderkinderen?
“Dat ik hier nog zit is, is al een mirakel ja. De prestatie op de Olympische Spelen is al helemaal onbeschrijflijk. Mijn vorige zomer heb ik in het ziekenhuis doorgebracht. Ik had al een longtransplantatie achter de rug, maar kreeg te maken met chronische afstoting. Als we niet gauw een goede donor vonden, had ik niet meer lang te leven. Door de medicatie was ik ontzettend slap en kon ik nauwelijks bewegen. Toen de dokter me vroeg om uit bed te stappen, zakte ik door mijn benen. Tijdens de revalidatie moesten begeleiders me op een loopband zetten. Zelfs dat kon ik niet. De senioren waaruit de groep voornamelijk bestond, waren fitter dan ik. Voor een jong meisje is dat zeer moeilijk te aanvaarden. In het begin dachten we nog dat ik moe was van mijn stage en het harde werk op school. Ik studeerde voor kleuterleidster en zette had me echt ingezet voor mijn studies. Maar toen we hoorden dat ik met de ergste vorm van chronische afstoting had te maken, stortte mijn wereld in. Al heb ik de moed nooit opgegeven. Hoe moeilijk het ook was.”

 

Hoe lang heb je op een tweede donor moeten wachten?
“Negen weken. Ik lag in quarantaine met het raam dicht. Het was er echt niet uit te houden. Zo heet was het er. Op hetzelfde moment lag ook mijn beste vriend Kevin in het ziekenhuis. Hij was er even erg aan toe als ik. Hij lag op de kamer tegenover mij. We communiceerden via een laptop. Zo bleven we toch van mekaars toestand op de hoogte. Op een dag zei hij dat hij voelde dat hij het niet zou halen. Ik geloofde er niet veel van en probeerde hem wat op te beuren. Maar Kevin was heel ernstig en wilde afscheid nemen. Gelukkig ben ik op zijn boodschap ingegaan, want even later is hij gestorven. Ik ben blij dat ik zijn laatste woorden nog heb kunnen lezen.”

 

Was je zelf niet bang voor de transplantatie?
“Een transplantatie is alles behalve leuk, er zijn altijd risico’s aan verbonden. Maar ik heb zelf beslist om ermee door te gaan. Ik was immers blij dat ik de kans nog kreeg. Ik heb ze dan ook met beide handen gegrepen, anders was het sowieso slecht afgelopen. De dokters gaven me weinig kans, ik was tenslotte de eerste jongere die een tweede transplantatie onderging. Net voor de operatie heb ik tegen mama gezegd: ‘Sorry als ik het niet haal’. Dat was een zwaar moment. Maar ik me er wel degelijk doorgesparteld. Tijdens de revalidatie heb ik heel goed gerust. Dat is mijn geluk geweest, denk ik. En natuurlijk mijn koppigheid, de dokters zeggen dat mijn karakter me voor vijftig procent genezen heeft.”

 

Hoe voel je je nu?
“Best goed. Het verschil tussen een wankelende Stéphanie op de loopband in het revalidatiecentrum en de sportende Stéphanie op de Olympische Spelen is natuurlijk onvoorstelbaar. Ik heb dan ook wel erg hard geoefend. De trainingen waren trouwens aanvankelijk geen lachertje.
De eerste keer dat ik op het badmintonterrein stond, knikten mijn knieën. Het kostte mij zelfs moeite om de shuttle op te rapen. En nog geen jaar later haal ik een medaille. Ik denk dat ik van de hele groep Belgische deelnemers het hardst heb moeten trainen. Om de overwinning ging het mij zelfs niet. Ik had me dan ook voorgenomen om meteen te stoppen als ik niet meer kon. Maar het ging echt goed, die medailles waren een mooie beloning.”

 

Neem je over twee jaar opnieuw deel in Napels?
“Als ik me goed voel, ga ik zeker mee. We zullen met onze vzw Re-Born To Be Alive dan ook keihard werken om de nodige centjes bij mekaar te sprokkelen. De reis en verblijf kosten immers een pak geld. En als je ziet hoe we dit jaar genoten hebben in Dublin, dat zal ik nooit vergeten. Als longpatiënte kende ik maar twee dingen: het ziekenhuis en het revalidatiecentrum. Mijn koffer stond altijd klaar.”

Wat doet Re-Born To Be Alive precies?
“Het doel van de vzw is het dagelijkse leven van jonge longgetransplanteerden een beetje draaglijker en plezieriger te maken. Dat doen we door uitstapjes te organiseren, een geschenk te overhandigen dat op het verlanglijstje staat, een jaarlijkse spaghettiavond op poten zetten en noem maar op. Met onze stand staan we vooral op jaarmarkten en evenementen. Daar verkopen we vooral T-Shirts en beertjes. Binnenkort is het opnieuw quiz-time. Raf van Brussel zal de avond aan mekaar praten. Hij is in het echt nog vriendelijker als op televisie (lacht). Ik hoor hem wekelijks en ga ook regelmatig naar zijn optredens.”

 

Welke charmes waren nodig om hem te kunnen strikken?
“De bal is heel toevallig aan het rollen gegaan. Toen ik in het revalidatiecentrum verbleef, trad Raf daar op. Uit nieuwsgierigheid ging ik een kijkje nemen en na het concert stond ik mee in de rij om een handtekening te vragen. Maar net toen het mijn beurt was, waren de foto’s op. Raf vroeg mijn adres en beloofde een gesigneerde foto op te sturen. Eerlijk gezegd dacht ik niet dat hij dat zou doen. Maar een week later vond ik een grote envelop in de brievenbus met een heleboel foto’s in. Om hem te bedanken heb ik Raf een briefje gestuurd. En zo heb ik hem leren kennen. Tijdens mijn revalidatie stond hij mij altijd bij. Hij stuurde mij elke dag smsjes. Zelfs toen hij in het buitenland zat.”

 

Ga je eigenlijk veel op stap?
“Mijn uitgaansleven is eerder beperkt. In een rokerig café kan ik al niet gaan hangen. Tijdens de zomer is het voor mij dus ideaal. Dan kan ik tenminste op een terrasje iets drinken. Een rookvrij café vinden in de buurt is niet vanzelfsprekend. In Dublin ging er dan ook een wereld voor ons open. Alle pubs en andere plaatsen waren volledig rookvrij. Een avondje naar de discotheek is daar dan ook zalig. Tot ’s ochtends uitgaan zul je me niet zien doen. Maar wees gerust dat ik van het leven geniet.

Steps 2004

Dit wil je misschien ook lezen:

Laat een reactie achter

E-mail* ( is niet zichtbaar )

Scroll Up